Collectieve rouwmonumenten
Collectieve rouwmonumenten
(bron: Volkskrant 20 maart 2006)
2000
Monument slachtoffers Floraramp, Bovenkarspel
Monument dode ongedoopte kinderen, Reutum
Monument omgekomen Rotterdamse Agenten, Rotterdam
Monument ter herdenking van onze Armeense voorouders uit de periode 1910-1920, Assen
Monument dode ongedoopte kinderen, Oosterhout
2002
Slavernijmonument, Amsterdam
Monument voor slachtoffers van geweld, Den Haag
Monument voor mensen die aan kanker zijn overleden, Koningin Wilhelminabos, Dronten
Monument cafébrand Volendam, Volendam
2003
Monument voor doodgeboren kindenren, Den Bosch
Monument naamloos begraven kinderen, Hoonhorst
Nationaal monument voor gevallenen bij vredesoperaties, Roermond
Monument voor verkeersslachtoffers, Rotterdam
Monument voor doodgeboren kinderen, Tilburg
Monument voor verkeersslachtoffers, Wassenaar
2004
Internationaal monument voor het onbekende (overleden) kind, Arnhem
Nationaal monument voor overleden kinderen, Bargercompascuum
Monument voor doodgeboren kinderen, Berghem
Monument jonge verkeersslachtoffers, Nuenen
Monument slachtoffers spoorongelukken, Utrecht
Voor aanvullingen en foto's van de monumenten houden we ons aanbevolen Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Wat is rouw en omvang van rouw
|
Wat is rouw Het overlijden van een dierbare is één van de meest ingrijpende gebeurtenissen die een mens kan meemaken.
Het is naast een ingrijpende gebeurtenis ook een gewone gebeurtenis in de zin dat het heel vaak en regelmatig voorkomt. Als we ons beperken tot Nederland: jaarlijks sterven in ons land circa 130.000 mensen, 400 per dag. Aannemende dat elke overledene 4 naasten achterlaat, dan betekent dit dat elk jaar 500.000 mensen met de dood van een betekenisvolle naaste te maken krijgen. Gaan we vervolgens uit van de in veel onderzoek gevonden bevinding dat één van de vijf nabestaanden ernstige problemen heeft met de aanpassing aan het overlijden, dan leert een eenvoudige rekensom dat in Nederland jaarlijks meer dan 100.000 mensen onevenredig grote problemen ondervinden en blijven ondervinden na het overlijden van een naaste. Door de vergrijzing van de bevolking zal de komende decennia het aantal overlijdens per jaar in Nederland sterk toenemen. |
Terug naar Inhoudsopgave Rouw
Links Lotgenotengroepen
|
Algemene ondersteuning Humanitas (website) Praatplek (website) Rouwhulp (website) Zeeuws Steunpunt voor Verlies en Rouw (website)
Lieve Engeltjes (website) Ouders van een Overleden Kind (website) Moeders Zonder Moeder (website)
Stichting Achter de Regenboog (website) Zonder ouders (website) Vijf Jonge Helden Adviessites. Websites voor en over kinderen en jongeren die een ingrijpend verlies meemaken, oftewel: Jonge Helden. Elke website richt zich op een specifieke doelgroep: · www.jongeheldenindeklas.nl is ontwikkeld voor directies, leerkrachten, · www.oudersvanjongehelden.nl is speciaal voor ouders van kinderen die · Op www.jongeheldenopdebso.nl vinden medewerkers van de · Opa’s, oma’s, ooms en tantes en andere volwassenen die in hun
Broederzielalleen (website)
De Draaikolk (website) Jong Je Partner Verloren (website)
Zelfhulp Netwerk Zuidoost Brabant (website) Nabestaanden zelfdoding C. den Hartog (website) Stichting Horizon Tilburg (website) Werkgroep Nabestaan na Zelfdoding Friesland (website) |
Terug naar Inhoudsopgave Rouw
Rouwbegeleiding
|
Rouwbegeleiding en rouwtherapie Rouwbegeleiding kan gezien worden als een steun in de rug voor nabestaanden die een in essentie normaal rouwproces doormaken. Evenals bij het lotgenotencontact ligt bij rouwbegeleiding het accent op het steunen van de nabestaanden en niet primair op verandering, zoals bij een rouwtherapie.
Rouwbegeleiding kan op heel verschillende manieren plaatsvinden. Ten eerste kan het onderscheid tussen individuele en groepsbegeleiding gemaakt worden. Individuele rouwbegeleiding wordt vaak uitgevoerd door maatschappelijk werkers, pastores, artsen of getrainde lotgenoten. De groepsbegeleiding is meestal rond een specifieke doelgroep georganiseerd, zoals oudere weduwen of nabestaanden van iemand die zich gesuïcideerd heeft.
Een tweede onderscheid is die tussen begeleiding van professionele en niet-professionele begeleiders. De eerste groep werkt vanuit een professionele methodiek. Dit kan bij de (non-professionele) vrijwilliger door training eveneens het geval zijn. Veelal zal de huisarts of het plaatselijk Algemeen Maatschappelijk Werk weten waar rouwbegeleiding gegeven wordt. |
Terug naar Inhoudsopgave Rouw


