| FASEN
EN TAKEN BIJ ROUW
Er is lange tijd gedacht
dat in ieder rouwproces een aantal fasen onderscheiden kunnen worden.
Men dacht ook dat iedere fase een duidelijk begin- en eindpunt had en
dat er in elke fase vaste reacties voorkwamen. Sommige auteurs hebben
in een rouwproces drie fasen onderscheiden, anderen hebben zelfs vijf
of acht fasen onderscheiden.
Tegenwoordig wordt er op een andere manier naar rouwprocessen gekeken.
In het zogeheten rouwtaken model van de Amerikaanse psychiater
W. Worden, wordt er vanuit gegaan dat mensen na het verlies van een dierbare
vier taken dienen te volbrengen. We zullen deze hieronder beschrijven.
Taak 1: Het
aanvaarden van het verlies
Het aanvaarden van het verlies betekent: het geloven van
het verlies, het onder ogen kunnen zien van het verlies, het verstandelijk
weten dat het verlies realiteit is en het gevoelsmatig beseffen dat het
verlies heeft plaatsgevonden.
Net na het overlijden, en soms nog lange tijd daarna, is dit alles nog
heel moeilijk. Mensen geven dit wel aan in woorden als: "ik kan
niet geloven dat hij dood is", "ik kan het niet accepteren",
"het dringt niet tot me door dat hij nooit meer terug zal komen",
of "het kan niet waar zijn dat hij dood is". De realiteit
van het overlijden dringt vaak pas geleidelijk door.
Hoewel nabestaanden verstandelijk gezien al snel weten dat de ander
overleden is, is het gevoelsmatig aanvaarden van het verlies vaak
lange tijd heel moeilijk. Het aanvaarden van het verlies wordt steeds
minder moeilijk omdat men er steeds weer aan herinnerd wordt dat de ander
er niet meer is. Overal waar men komt en bij alles wat men doet waar de
overledene voorheen bij aanwezig was, wordt men geconfronteerd met het
feit dat de dierbare werkelijk voorgoed weg is.
Het omgekeerde van aanvaarding van het verlies is ontkenning. Sommige
mensen hebben erg veel moeite om onder ogen te zien dat de dierbare werkelijk
overleden is en doen liever maar alsof het niet gebeurd is. Dit is niet
verwonderlijk: het verdriet is vaak zo intens en de gevolgen van het verlies
zijn vaak zo veelomvattend, dat men soms liever doet alsof het overlijden
niet heeft plaatsgevonden.
Ontkenning kan totaal of gedeeltelijk zijn. Een voorbeeld
van totale ontkenning is dat mensen geloven dat de dierbare niet
dood is en in dit leven terug zal keren. Een voorbeeld van gedeeltelijke
ontkenning is dat mensen nog een tijdlang de tafel voor de overledene
dekken of tegen hem of haar praten. Hoewel ontkenning een begrijpelijke
en normale reactie is, kan langdurige ontkenning soms tot problemen leiden.
Het onder ogen zien van het verlies en het verwerken ervan wordt namelijk
steeds moeilijker.
Taak 2: Het
voelen van de pijn die het gevolg is van het verlies
De verwerking van een verlies gaat vaak gepaard met emotionele
pijn. Verschillende emotionele reacties kunnen daarbij voorkomen zoals
verdriet, angst, boosheid en schuldgevoelens. Vaak is er een afwisseling
in de mate waarin gevoelens gevoeld en geuit worden. Het ene moment voelen
nabestaanden zich intens verdrietig, boos of somber en is er een hevig
verlangen naar de overledene. Op een ander moment is het verdriet meer
op de achtergrond aanwezig.
Er wordt vaak gezegd dat deze tweede taak betekent dat mensen na het verlies
van een dierbare altijd veel pijn moeten ervaren en verdriet moeten
uiten. Maar dat is niet het geval. Het kan voorkomen dat mensen weinig
verdriet en pijn ervaren ook al is het iemand van wie ze veel gehouden
hebben. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij mensen die een ouder verliezen
die al een hoge leeftijd bereikt had.
Bovendien geeft niet iedereen uiting aan verdriet. Het is goed om te beseffen
dat het uiten van rouwgevoelens iets anders is dan het ervaren
van deze gevoelens. Soms ervaren nabestaanden wel verdriet, maar uiten
zij dit niet, of alleen als zij alleen zijn.
Het is eigenlijk net als bij een positieve gebeurtenis: als mensen een
blijde gebeurtenis meemaken dan uiten zij hun gevoelens daaromtrent telkens
weer anders. Sommigen lachen of roepen het uit van geluk, anderen voelen
veel minder blijheid of gaan meer ingetogen met hun blijde gevoelens om.
Hoewel ieder mens de emotionele pijn om het verlies op een andere manier
voelt en uit, kan het voorkomen dat mensen voor deze tweede taak weglopen.
Dit kan bijvoorbeeld door het onderdrukken van verdriet of andere emoties,
of door het wegstoppen van gedachten en herinneringen aan de overleden
dierbare. Wanneer dit langdurig gebeurt en nabestaanden hun gevoelens
blijven wegstoppen kan het den duur steeds moeilijker worden om het verlies
een plaats te geven.
Taak 3: Het
aanpassen aan een leven en een situatie waar de overleden dierbare geen
deel meer van uitmaakt
Het overlijden van een dierbare leidt vrijwel altijd tot
grote of minder grote veranderingen in het leven van nabestaanden. De
mate waarin dit het geval is, is onder andere afhankelijk van de rol die
de overledene vervulde.
Een vrouw van wie de man altijd de beslissingen nam en die zorgde voor
allerlei praktische zaken, staat na zijn overlijden voor de taak om zelfstandig
beslissingen te nemen en om de praktische zaken zelf te regelen.
Een man wiens vrouw altijd het initiatief nam in het contact met anderen,
staat na haar overlijden voor de taak om zelfstandig contacten te leggen
en te onderhouden.
Een moeder die de opvoeding van haar kinderen altijd met haar man deelde,
staat na zijn overlijden ineens voor de taak om de kinderen alleen op
te voeden.
Er verandert soms ook iets in de identiteit van nabestaanden. Een man
die zijn vrouw verliest is ineens geen echtgenoot meer, maar weduwnaar.
Een moeder die haar enigst kind verliest, verliest haar moederrol. Kinderen
die hun ouders verliezen hebben niemand meer om kind bij te zijn.
Op alle veranderingen die er door en na het overlijden plaatsvinden moeten
nabestaanden een antwoord vinden. En dan hebben we het nog niet eens gehad
over alle kleinere veranderingen die men dagelijks tegenkomt: de man wiens
vrouw overleden is komt elke avond thuis in een leeg huis, ouders die
hun kind verloren hebben horen niet langer elke middag de deur en de tas
die in de hoek gegooid wordt, de vrouw die haar moeder verliest kan niet
langer elke dag even bijpraten.
We kunnen nog lang doorgaan met het noemen van voorbeelden van veranderingen
waar nabestaanden een antwoord op moeten vinden. Het aanpassen aan het
leven waar de overleden dierbare geen deel meer van uitmaakt, vraagt vaak
heel veel van nabestaanden.
Wat ook bij het aanpassen hoort, is het aanpassen van verwachtingen, ideeën
en opvattingen over de toekomst en het leven. Voorheen verliep het leven
als het ware langs een ononderbroken lijn van verleden naar toekomst.
Door het overlijden wordt deze vanzelfsprekende lijn doorbroken en dienen
nabestaanden zich opnieuw te bezinnen op het leven en de betekenis ervan.
Het is niet ongebruikelijk dat nabestaanden het gevoel hebben dat alle
richting in het leven verloren is gegaan. Soms zoekt men langdurig naar
een antwoord op de vraag waarom het overlijden heeft plaatsgevonden. Het
aanpassen betekent soms dat men een antwoord op deze vraag weet te vinden.
Vaak betekent het echter dat men ermee moet leren leven dat er geen antwoord
op te vinden is.
Taak 4: De
overledene emotioneel een plek geven en verder leven zonder de overledene
Vroeger werd wel gedacht dat een verlies pas goed verwerkt
zou zijn als men de band met de overledene doorgesneden zou hebben. Tegenwoordig
denkt men daar anders over.
Het gaat er niet om dat de band met de overledene wordt 'doorgesneden'
of 'losgelaten'. Het is onmogelijk om iemand die zo dierbaar was en die
zo'n belangrijke plaats innam in het leven te 'vergeten' of 'los te laten'.
De relatie met de overledene blijft bestaan, maar de aard van de relatie
verandert.
In een rouwproces dient men als het ware een plek te vinden voor de overledene.
Een geschikte plek is een plek die het nabestaanden mogelijk maakt om
verder te leven, om zich te richten op de toekomst, om zich te richten
op dingen die niet met het verlies en de overledene te maken hebben.
Onder het verder leven valt ook het aangaan van nieuwe banden en soms
het aangaan van een nieuwe intieme relatie. Dat laatste is iets dat veel
nabestaanden moeilijk vinden. Wanneer de partner overleden is voelen mensen
zich vaak schuldig tegenover die partner als zij met een ander een relatie
aangaat.
Het aangaan van een nieuwe (intieme) band hoeft echter niets af te doen
aan de band met de overledene.
Soms verloopt de verwerking van een verlies heel moeizaam omdat mensen
moeite blijven houden met deze vierde taak. Het kan bijvoorbeeld gebeuren
dat mensen zich vast blijven houden aan de overledene en de band met hem
of haar niet veranderen. Het kan ook gebeuren dat mensen zich niet op
de toekomst durven richten omdat zij het moeilijk vinden om met hun leven
verder te gaan zonder de aanwezigheid van de dierbare.
Voor mensen die op latere leeftijd een partner verliezen is het soms extra
moeilijk om deze taak te volbrengen. Eenzaamheid komt veel voor omdat
sommige ouderen niet over de mogelijkheden beschikken om zelfstandig dingen
te doen of (nieuwe) contacten te maken en te onderhouden.
|